dinsdag 24 september 2013

Drie kernbegrippen van het focussen – deel 1 - een filosofische overpeinzing over de gevoelsnotie


Als ik met focussen bezig ben, dan gaat het over meer dan mezelf. Focussen heeft iets wat met hele leven te maken heeft. Het gaat over degene die focust en over zijn of haar leven in zijn of haar ‘omgeving’ (ik zal dat woord een andere keer toelichten). Focussen gaat ook over het leven met anderen. En persoonlijk heeft ook over alles te maken met hoe ik God zoek, zie en ervaar. Ik leef met God, mag me in Christus geborgen weten in God en de Heilige Geest woont in mij.

Focussen heeft met beleven te maken. In de kerk hoorde ik vaak het oude woord bevindelijkheid, een woord dat met beleving te maken heeft. Bevindelijkheid is niet een emotie of een affect. Emotie is er een deel van. Bevindelijkheid is ook geen stemming. Het is ook niet een soort van schuldig of verbroken voelen dat God nodig zou hebben om ons te accepteren. Bevindelijkheid is hoe iemand zichzelf vindt. Als iemand gaat focussen dan kijkt hij hoe hij zichzelf daar binnen aantref. Hij geeft zichzelf de mogelijkheid om na te gaan hoe het voelt voor het lijf. Het lijf laat daarbij een gevoelsnotie ontstaan, waarvan hij kan aflezen hoe hij zichzelf vindt. En dat kan in iets kleins zijn en ook in de breedste zin van het woord.

Met de gevoelsnotie ontstaat ook het besef van het standpunt van God. Bevindelijkheid is ook hoe God mij vindt. Ik word gevonden in al mijn zoeken, zoals ik het goed of zelfs ook verkeerd doe.

Daarmee kom ik bij het eerste kernbegrip in focussen: de gevoelsnotie (mijn vertaling van het Engelse “felt sense”). Het focusproces brengt de aandacht in het lijf om daar een gevoelsnotie te (be)vinden. Simpel gezegd, je merkt daarbinnen dan een soort lijfelijke kriebel, of onrust, die betekenis heeft. Iedereen is zich daar wel eens van bewust geweest op enig moment in zijn of haar leven. Misschien merk je regelmatig iets van zo’n gevoelsnotie op.

Stel je eens voor dat je aan de telefoon bent met iemand waarvan je houdt en waarmee jij je verbonden voelt. Hij is ver weg. Je mist hem echt. Je hebt net vernomen in het gesprek dat het nog wel een tijdje zal duren voordat je hem weer in levende lijve zult zien. Het gesprek eindigt en je voelt iets vanbinnen, iets in het gebied van je borst en hart. Of stel je eens voor dat je in een volle kamer met mensen zit. Ieder krijgt zijn of haar beurt om iets te zeggen. Je bent bijna aan de beurt. Je merkt een soort gespannenheid op in je maag, alsof het een beetje strak wordt daar, steeds strakker. Of het zou kunnen zijn dat je buiten in de regen loopt. Plotseling wordt het droog, je ziet de zon. Een je ziet een prachtige regenboog verschijnen. Het zien van de regenboog raakt je, het geeft je een soort van opgewonden bij gevoel. Het wordt warm van binnen. Bij alle drie de voorbeelden merk je een gevoelsnotie op!

De gevoelsnotie geeft aan emoties kleur en betekenis. Deze angst, die ik hier voel… Deze agressie, die hier kolkt… Je kunt jezelf de suggestie geven om bij de gevoelsnotie na te gaan wat het NIET wil en wat het WEL wil. Zo krijgt het zijn gezicht, kun je de betekenis er uit op maken. Je kunt de aandacht naar je lijf brengen, waar het lijfelijke gevoel de emoties kleurt.

De gevoelsnotie is iets uit de filosofie (met name de fenomenologie-tak) en de experiëntiële therapie (Rogers, Gendlin, Greenberg). Ik kom het niet tegen in de meeste  bekende therapeutische stromingen (oa. Cognitieve gedragsTherapie, ACT, Psychoanalytische Psychotherapie). En in de theologie heb ik het ook niet gevonden. Heel onbegrijpelijk, want volgens mij hebben bidden en focussen heel veel met elkaar van doen. Misschien wint het christelijke geloof veel door aandacht gegeven aan deze dimensie in het beleven die ik bevindelijkheid noem. Misschien wordt het veel levendiger, met meer passie voor de Here God! Juist hier krijgen woorden als genade betekenis en wordt er verandering en opluchting gevonden. Dan overstijgen deze begrippen hun denkconcepten en worden ze levend. Ze worden dan namelijk ervaren in het lijf, waardoor het een veel persoonlijker betekenis krijgt.

De gevoelsnotie is iets essentieels voor de menselijke ziel. Het lijf laat je weten hoe je ziel zich voelt in jouw omgeving en jouw omstandigheden. Het laat je ook weten of je al of niet in het reine bent met jezelf, wat je wilt bereiken en vermijden. De gevoelsnotie heeft zelf een gezichtspunt en het nodigt je door middel van het focussen uit om dat op te merken.  Je zou daarbij ook aan de gevoelsnotie kunnen voorleggen wat het nodig heeft om verder te komen.

De gevoelsnotie begint meestal als een vaag gevoel. Vaag is altijd impliciet. Impliciet is het tegenovergestelde van expliciet. Expliciet is duidelijk, impliciet is nog vormend, eerst vaag en onduidelijk. Maar het heeft een speciale van God gegeven scheppende kracht in zich! Het verschilt van het verstandelijke in die zin dat het meer gevoeld wordt in je leven dan dat het door je brein gedacht wordt. Wanneer ik bijvoorbeeld aan je vraag: “Hoe gaat het met je?”, dan spreek je niet alleen vanuit het feitelijke, maar ook vanuit een meer lijfelijk gevoelde impliciete complexiteit. Daar kun je daarna natuurlijk wel op reflecteren, maar dat is weer een andere stap.

Bij intuïtie is er wel een gevoelsnotie, maar wordt deze niet opgemerkt. Het meer een impulsief reageren vanuit iets wat je vanbinnen voelt, maar niet opmerkt en ook niet in zijn impliciete complexiteit wordt afgetast. Intuïtie heeft het nodig om een gevoelsnotie te laten ontstaan.

De gevoelsnotie helpt ook om minder impulsief te reageren, om steeds minder in de verslaving (zonde) te vervallen. Door een gevoelsnotie te laten ontstaan verandert het gevoel achter de verslaving en kom je weer tot jezelf en in contact met God en de werkelijkheid.  Het innerlijke landschap verandert, de zuigende zoeken verdwijnt.

Je bent er altijd slechts een stapje bij het vormen van een gevoelsnotie vandaan. Wanneer je je ogen sluit en je aandacht volgt naar binnen kun je iedere keer bij jezelf nagaan of er ook een gevoelsnotie zich vormt. Wat meestal begint als een vaag impliciet gevoel, wordt al gauw meer expliciet en betekenisvol. Je hoort je vanbinnen zeggen: ‘O ja, nu begrijp ik het!’ Het brengt je iedere keer een stukje verder in je proces van beleven. Je vindt jezelf iedere keer weer anders. En het is ook alsof je iedere keer weer opmerkt dat je gevonden wordt, door jezelf en als je dat deelt ook door de Here God en de ander. En dat bedoel ik in positieve zin.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten