Als iemand gaat focussen
is het belangrijk dat hij een goede verhouding komt te staan tot wat er in hem
om gaat. Een goede betrokkenheid versterkt het observerend ego: het merkt op
wat er speelt vanbinnen, het zorgt ervoor dat het op een juiste manier wordt
benaderd met vriendelijkheid en met benieuwdheid. Je word groter dan je
problemen.
Sterke en scherpe emoties
kunnen op juiste manier benaderd worden. Dat helpt het proces van verwerken.
Iemand wordt groter dan dat wat hem kleinhoudt.
Wat remt en kleinhoudt is niet meer nodig, want focussen zorgt voor een
gevoelsnotie die de oorzaak hiervan opent. Wie opmerkt kan onderzoeken; wie kan
benieuwd zijn, kan de gedachten en emoties een plek in het proces geven.
Daarbij is taal erg belangrijk. Iets wordt onder woorden gebracht en kan zo ook
uit het isolement en onder de mensen gebracht worden.
Focussen geeft de
observerende kant van de mens kracht. Ieder mens heeft deze observerende kant!
Daar is niets magisch aan. Wie sterk is in het op een betrokken manier
observeren schept geen afstandelijkheid of piekergedrag. Betrokken observeren is
niet impulsief/reactief en ook niet
niet-reactief/vermijdend. Door betrokken te observeren kan juist het vermogen ontwikkeld worden tot
rustige, benieuwde, accepterende en warme aandacht. En wat er aandacht vraagt
komt hierdoor in een voorwaarts en genezend proces.
Wie met dit geestelijk vermogen
emotioneel moeilijke ervaringen onder ogen komt, zal hierdoor opluchting
ervaren. Tegelijkertijd zijn de condities aanwezig waarmee er zich een gevoelsnotie kan vormen.
De gevoelsnotie heeft het in zich nieuwe mogelijkheden en gedachten te scheppen
en het gedrag spontaan te veranderen.
Betrokken zijn staat in
focussen voor kalm, benieuwd en
geïnteresseerd zijn. Het stelt iemand in staat om volwassen en gebalanceerd in
het leven te staan.
Therapie staat er voor
dat mensen deze vorm van betrokkenheid op zichzelf en anderen gaan ontwikkelen
of versterken. Het benut de mogelijkheden van de zenuwbanen in het lijf om gevoelsnoties
te laten vormen. De cliënt kan deze dan opmerken, benaderen en aflezen qua
betekenis. De rol van de therapeut is om de gevoelsnotie te spiegelen en te
ondersteunen met suggesties.
Een goede betrokkenheid
zorgt ervoor dat iemand zich niet vereenzelvigd met zijn probleem. Moeilijke
emoties vinden op deze manier in het lijf een plek om gevoelsnoties te vormen,
Op deze manier vindt er verwerking en hoeven ze niet heftig of te scherp te
worden. Goede betrokkenheid weet zichzelf in goede innerlijke verhouding te
houden met alle kanten die iemand van zichzelf heeft.
Er is dan geen noodzaak
tot het ontwikkelen van psychosomatische
klachten, verslavingen of psychische en relationele klachten. Je zit niet vast in jezelf. Je kunt wel
ruimte ervaren voor de beleving van de ander, hoe verschillend die ook is van
je eigen beleving.
Het idee dat er een
gevoelsnotie in het lijf zich kan vormen is prachtig! Het menselijk organisme
kan bij een probleem een richting aanvoelen waarin het probleem verder komt. Goede
betrokkenheid is als een warme accepterende ouder die in zijn liefde weet heeft
van wat er echt nodig is. Da’s meer dan alleen maar een neutrale observerende
toon. Het toont passie en compassie. Het toont een bijzonder vorm van inleving,
waarin vijandschap niet bestaat en levenskracht
hervonden en vernieuwd wordt. Dat werkt genezend naar alle kanten.
Misschien helpt de
volgende oefening je:
- Ga ergens rustig zitten, richt je aandacht op het middelpunt van je lijf, op de plek waar je meestal je lijfelijke sensaties ervaart en vraag jezelf: ‘Hoe is het met mij vandaag? Gaat alles van een leien dak? Voel ik mij uitstekend?’
- Let op het gevoel in en bij adem. Wat ervaar je als stress in je situatie?
- Let op en wacht, welk gevoel komt er uit dat middelpunt van je lifj? Ga na op welk probleem of situatie dit gevoel slaat, duik er niet in, maar zet het denkbeeldig van je af, op de grond, of projecteer het vóór je op een denkbeeldig scherm: dít probleem, met dat typische gevoel en dát probleem met dit typische gevoel.
- Het gaat erom dat je je problemen, zorgen, vragen, kortom alles wat je bezighoudt even gaat signaleren, om het te ordenen, het denkbeeldig vóór je neer te zetten, zodat het je even niet te veel in beslag neemt.
- Vraag jezelf: ‘Hoe voel ik mij behalve dit probleem, is alles verder OK?’ Wacht tot het volgende probleem-gevoel opkomt. Zet ook dat denkbeeldig van je af, bijvoorbeeld op de grond of de tafel voor je. En ga zo rustig verder, tot je alles ‘uitgepakt’ hebt en je van binnen ruimte gaat ervaren.
- Zet de problemen of situaties op de grond of projecteer ze op een denkbeeldig scherm; zo dichtbij of veraf dat je je vrij en los er van kan voelen, dat je het nog net kan aanraken of zien als je wilt. Na elke stap neem je een goede diepe ademhaling om de ruimte als het ware te versterken.
- Tenslotte vraag je jezelf ook, dat vage, vervelende achtergrondgevoel dat er altijd is, om dat ook ergens op de grond te zetten, van je af te schuiven.
- Je kunt je problemen en situaties loslaten. Je bent meer dan je problemen.
- Het volgende is waarheid: Je bènt geen probleem. Je hèbt een probleem.
- Heb je veel last van lijfelijke pijn, stel je dan even de vraag: ‘Steekt die specifieke pijn vaker de kop op?’ Benoem de situatie, maar duik er niet in, zet het voor je neer op de grond. Herken de stoorzender, maar laat je er niet verder door storen.
- De eerste stap uit zich al in een eerste verandering - een opluchting, een gevoel van ‘nu zie ik het even anders...’ je mag je gerust prettig voelen, even los van je problemen en je stress-situaties. Sommigen ervaren in hun ziel zelfs een moment met prachtige beelden.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten